De grote vraag: maken in het PO, maar hoe dan?

Ik heb groot respect voor het onderwijs. Voor het vakmanschap van leraren, voor de complexiteit van goede leerlijnen, en voor het belang van continuïteit. Qua maakonderwijs zie in kansen, maar heb ik ook zorgen. Dat maaklessen losse incidenten blijven, dat het gastles-schap de makkelijke oplossing zal zijn, dat het niet speels zal zijn. Dat er geen goede context voor het maken is: dat het alleen techniek is, of alleen beeldend, of alleen W&T. Dat uitspreken van zorgen is makkelijk. Maar de oplossing is lastiger.

Dus -met best wat nerveuze buikpijn- wil ik graag iets aan jullie voorleggen. Jullie experts. Allereerste gedachten.

  • Een visie op makerEd in het PO,
  • die gaat leiden tot leerlijnen,
  • en concreet lesaanbod van groep 1 tot en met groep 8.
  • Modulair, zodat leraren zelf beslissen hoe en waar en hoeveel er past in hun programma.

Vul aan, bekritiseer, help mee, spuug erop, alle liefdevolle feedback is welkom. Komt ie.

Bouwen aan Bauhaus

In het denken over maken moet ik steeds aan Bauhaus denken. (It was in fact Partrick Benfield who sent me in that direction! See the comic I made some time ago.) En dan specifiek de curriculum cirkel van Walter Gropius.

(Foto uit het boek Bauhaus van Jeannine Fiedler en Peter Feierabend)

Van buiten naar binnen, van jong naar ontwikkeld, alles in verband. Ik vind het een prachtig ding. Niet gek dat ik onze poster in zo’n vergelijkbare cirkel zie:

ontdekken, vaardigheden, toepassen

De poster is inderdaad zo ontworpen; er staan gereedschappen voor verschillende leeftijden op. Dus in principe is het een leerlijn! Maar hoe vertaalt zich dat naar lesinhoud? Een voorzichtige poging.

In het aanleren van een gereedschap zijn er 3 stappen:

Ontdekken

Voelen, proberen. In deze stap is er geen doel, er is alleen de ervaring. Bijvoorbeeld snijden om het snijden: voelen hoe het mes door de oase gaat, of het afrollen van een hele rol plakband. (Wel eens gedaan?)

Vaardigheden

Het gaan kunnen, leren het goed te doen. In deze stap leer je de techniek, maar niet perse met een product als uitkomst. Bijvoorbeeld heel veel rondjes solderen. Kinderen doen vaardigheden op.

Toepassen

De laatste stap is het toepassen in een product. De techniek is dan ondergeschikt geworden aan het doel dat bereikt wordt.

In de klas: 2 fasen

Die stappen zou je over fasen en lessen kunnen verdelen.

Stap 1 en 2 horen bij elkaar en zijn fase 1. Beide processen spelen zich vaak in of meer gelijk af, of heel snel beurtelings; les 1 en 2 zullen dan ook op elkaar lijken of kunnen samen in één lange les. Stap 3 is fase 2: het project of product. In fase 2 wordt bewezen dat het geleerde gelukt is.

Bauhaus jr in stappen

In ons Bauhaus jr. model (werktitel! het mag vast niet zo heten van de Bauhaus erven…) verdelen de gereedschappen zich over de leerjaren, waarbinnen de lessen altijd min of meer gelijk gestructureerd zijn, alleen is de lesinhoud anders. Kinderen beginnen per gereedschap altijd met fase 1 (ontdekken en ontwikkelen van vaardigheden), en werken toe naar een product in fase 2 (toepassen in een product). In groep 8 worden er geen nieuwe gereedschappen aangeboden, maar wordt de bestaande kennis toegepast in een groot project.

Als we dat naar concrete lesinhoud vertalen zou dat er zo uit kunnen zien:

Recept, kaders of vrij

De soorten opdrachten kunnen per fase verschillen; recept en kader past goed bij fase 1, kader en vrij past goed bij fase 2. Biologie docent en maakexpert Per-Ivar Kloen heeft hiervoor een mooie heldere opzet beschreven. Ik citeer uit zijn blog:

Het recept: doe precies wat er staat

PI: Bij recepten of handleidingen is het leren vaak lineair. Je weet wat ze leren, vaak in opeenvolgende stappen, en het hoe staat ook vast. Recepten is een goede manier om vaardigheden, technieken en basiskennis aan te leren. 

Het kader: doe iets binnen deze regels

Er is een kader waarbinnen vrije ruimte is. Maak je eigen zaag van karton, race snel mogelijk van A naar B met deze materialen, maak een kettingreactie in een doos. Er is ruimte voor eigen invulling, maar er is genoeg structuur om meteen te kunnen starten. De beperking is bevrijdend.

De vrije opdracht: doe iets

PI: De opdrachten waar de vrijheid het grootst is zijn opdrachten waarin leerlingen maken wat ze willen. Het maakt niet uit wat het is, je maakt wat je zelf wil. We hebben vaak maar één restrictie: het moet een werkend product opleveren. Je zou kunnen zeggen dat je bij dit type opdracht niet weet hoe er geleerd wordt, maar je weet ook niet wat er geleerd wordt. 

Bij de vrije opdracht is interessant een koppeling te maken met andere vakken: een taal-link, of een link met een wetenschappelijk onderwerp. Dan is de vrije opdracht een beetje gekaderd.

Praktijk voorbeeld: zagen met groep 4

Les 1: over de zaag

In de eerste les beginnen we met inspiratie. Er wordt verteld over de geschiedenis van de zaag; er zijn zulke mooie verhalen te vertellen over gereedschap en maken! (Kijk maar naar boek 1 en boek 2.) Ook wordt verteld over de werking: wat doet het het hoe kan dat? (Mooi als hier plek is voor expert makers: Echte Ambachtsmensen die vertellen over hun werk.)

Dan doet de klas een opdracht: maak je eigen zaag van karton en zaag in een stuk oase om te zien of je zaag werkt. (Gekaderde opdracht.)

Les 2: zagen

In les twee zaagt de klas met verschillende zagen in verschillende materialen. (Recept opdracht)

Les 3: een vogelhuisje maken voor een inheemse vogel

In les drie is de les gekoppeld aan de hamer, en ook aan biologie (wat hebben vogels nodig) en ontwerpen (hoe maak je een vogelhuisje). (Gekaderde opdracht)

De hele basisschool

Uiteindelijk zou het systeem dan zo kunnen werken: de kinderen leren gereedschappen en passen het geleerde toe in een (klein) project. Door hun schooltijd heen bouwen ze kennis, ervaring en vaardigheden op, en passen die uiteindelijk toe in een grote (vrije) totaalopdracht en verlaten als zelfverzekerde, vaardige makers de basisschool.

Ambitie

We hebben de poster en een samenwerking met Conrad. En we willen door. Dat is een geweldige kans! Laten we het samen doen. Want het zou toch geweldig zijn als de poster een gereedschapswand wordt (die altijd wordt aangevuld!), met geweldige lessen en activiteiten erbij, met ruimte en ideeën zodat scholen e.e.a. op hun eigen voorwaarden kunnen inzetten. En dat we dan samen makers maken!

Vragen

Dit is een verkenning, en veel is onduidelijk. Dus mijn vragen aan jullie:

  • Wat vinden jullie van zoiets?
  • Wat zijn de risico’s die jullie zien?
  • Bestaat het al?
  • Welke samenwerkingen moeten we aangaan?

En:

  • Hebben jullie lessen die erin passen?
  • Hoeveel onderwerpen en lessen passen er in het programma? (Ik kan me niet voorstellen dat alle 50 tools aan bod komen. Is het een idee subsets te maken?)
  • Hoe maken de de koppeling met andere vakken? Taal, rekenen, W&T, beeldend?
  • Hoe zorgen we dat iedere leerkracht of school er op haar eigen manier mee kan werken?
  • En hoe gaan we om met de verschillen in de klas?

De hele wereld is materiaal

Doel van dit alles is kinderen zoveel mogelijk ervaringen te laten opdoen, op allerlei manieren. Want als je iets begrijpt kun je er in/over/mee denken. Je mentale gereedschapskist groeit, je kunt in alles materiaal zien waar je zelf wat mee kunt. Zulke kinderen zijn pas echt fijn voor de toekomst; autonoom, zelfverzekerd en creatief. We gunnen elk kind het gevoel dat ze de wereld kunnen veranderen. (Dat laatste zei Per-Ivar Kloen. En hij heeft gelijk.)

Zoals gezegd: jullie reactie is heel welkom. (En terwijl jullie vurige mailtjes schrijven, bijt ik mijn nagels lekker kort.)