Maken in het PO: voor maken heb je vaardigheden nodig

Ik was op bezoek bij de Alan Turingschool in Amsterdam, want we gaan samenwerken. (!) Een geweldige school met een vaste plek voor maken in hun programma. En een maaklokaal met een gereedschapswand!

Ze hadden een thema rondom spieren en spanning, geïnspireerd door Theo Jansens en zijn prachtige strandbeesten. Binnen het thema werkten kinderen aan een eigen strandbeest van pvc buizen, net als die van Jansens.

Proces – product

De kinderen hadden geweldige ideeën, maar liepen tijdens het maakproces op tegen een gebrek aan vaardigheden. Dat wat ze wilden maken lukte niet op het niveau dat ze voor ogen hadden. Het proces was geweldig, maar het product niet altijd helemaal precies zo mooi als door de kinderen bedacht. Want boren is best een klus en lijmpistolen ook en recht zagen. En een tie wrap? Eehh.

(Foto’s: Martine, maakexpert en leerkracht Alan Turingschool) 

Vaardigheden

In de eerste schets van ons Bauhaus jr. (werktitel) plan is er veel ruimte voor vaardigheden: de kinderen leren een gereedschap kennen en gaan er daarna pas dingen mee maken. Dat lijkt me prachtig, want dan lukt het beter.

Maar ik ben me er tegelijk van bewust dat leren maken tijd kost en het in onderwijs fijn is als er een inhoudelijk doel gekoppeld is aan maken.

Zagen is geen doel. Leren over beweging is dat wel. Op de Alan Turingschool spraken we daarover. Want hoe kunnen we zorgen dat de kinderen in context maken (leren over beweging!), maar tegelijk ook goed zijn in dat maken (vaardigheden en ervaring).

je wilt het dus je kunt het (?)

Alle makers houden van Pippi Langkous.

Je wilt het, dus je kunt het. Veel maakprojecten op school gaan ook zo met gereedschap om. Het doel (een creatief project) zorgt ervoor dat de vaardigheid geleerd wordt (knippen, plakken!). 100 vliegen in één klap.

Het klinkt geweldig, en je zou willen dat het zo gaat. Maar ik denk niet dat altijd realistisch is. Alhoewel kinderen soms zelf denken van wel. Boormachine? Eitje!

Dunning-Kruger effect

Martine (leerkracht en maakexpert Alan Turingschool) noemde het Dunning-Kruger effect.

Een nieuweling heeft een positief beeld van zijn/ haar vaardigheden; groot zelfvertrouwen ten aanzien van het nieuwe ding. Zoals Pippi!

Helaas is dat zelfvertrouwen soms ten onrechte, want niet alles lukt alleen omdat je het wilt. Je moet het leren. Als je beter gaat begrijpen neemt het zelfvertrouwen eerst af, want je gaat beter zien hoe complex het is.

Pas als je expertise hebt ontwikkeld neemt je zelfvertrouwen weer toe. Een gereedschap, techniek of materiaal goed en veilig leren vraagt aandacht. Al is het maar heel even. Als we dat goed doen ontstaat het zelfvertrouwen.

Goed leren

Het leren van een gereedschap of techniek (of materiaal) is wat mij betreft dus niet alleen een bij-effect van een creatief project. Ik denk dat we het moeten zien als  een noodzakelijk ingredient. Je wilt dat kinderen een bibliotheek aan vaardigheden hebben, waar ze uit kunnen putten bij het realiseren van hun projecten en producten.

een maak-Bibliotheek in je hoofd

Stel dat we dat we vaardigheden leren als losse kleine modules aanbieden. Een kleine uitleg en oefen-sessie als basis, uit te breiden naar keuze:

Zo’n oefensessie hoeft niet lang te duren, en kan onderdeel zijn van een projectles.

Buisje zagen? Dan doe je even de korte Zaag leren en oefenen-module.

Door het aanleren expliciet een plek te geven, gaan kinderen vaardiger en effectiever aan de slag.

Ingrediënten van een project

Als je een project gaat doen, kun je -om te zorgen dat de kinderen maak-vaardig zijn- van te voren bedenken welke ze nodig zouden kunnen hebben en daar van te voren of in het project even aandacht aan besteden.

Je ziet de gereedschappen en technieken dan als ingrediënt van een project. En met de juiste ingrediënten kunnen kinderen mooiere projecten maken.

Verzamelen

En zo verzamelen ze in context! Jullie kennen mijn poster met 50 tools: verzamelen is afvinken. Maar bewijs dat kinderen verzamelen kan ook op andere manieren.  Bijvoorbeeld in een portfolio. Of als sleutelhanger aan hun tas. (Dat lijkt me echt gaaf.)

Tot zover

Als altijd: reacties welkom; wij denken ondertussen door!

En een expert? Nee dat voel ik me nog lang niet. Maar ik krabbel steeds iets hoger. (En rol dan meestal weer naar beneden. Geeft niet.)

Liefde!

Meer!